Preventief

Poot alleen aardappelen, die resistent zijn tegen de aardappelziekte!!!!

- Bionica (zelf dit jaar geteeld, grote opbrengst, geen ziekte, weinig biologische bemesting nodig) https://www.vreeken.nl/402000-aardappels-bionica

- Carolus, Alouette en TW (vroege) te bestellen via http://www.aardappelspeciaal.nl 

Weetje: schoten op aarsappelen voorkomen door een appel er bij te leggen. 

Vroege aardappelen zijn over het algemeen gevoelig voor aardappelplaag, vandaar een selectie van drie rassen die in deze groep behoren tot de minst vatbare voor aardappelplaag, zeker wat betreft zetting naar de knol.

’Première’ – Kan zeer vroeg geoogst worden. Bloemige aardappel met gele gladde schil en lichtgeel vruchtvlees.

‘Prior’ – Vast in de kook. Geschikt voor kleigrond.

‘Fresco’ – Vroeg aardappel. Vastkokend. Zeer goede keukenaardappel, geschikt voor frieten. Lang bewaarbaar.

Middenlaat en laat

Bijzonder resistent tegen aardappelplaag zijn :

‘Ditta’, ‘Remarka’ , ‘Disco’,  ‘Surprise’, ‘Allure’, ‘Aziza’  en ‘Texla’ , deze laatste heeft eigenlijk nooit last van aardappelplaag.

Indien er al aardappelplaag aanwezig is moeten de zieke plekken zo grondig mogelijk verwijderd worden en onmiddellijk gevolgd worden door een bespuiting. Zo kan je de kieming van sporen – (afkomstig van de zieke planten) -  op het gezonde aardappelloof voorkomen.

Bespuiting

Gebruik bij de bespuiting voldoende water zodat het loof volledig nat wordt. De planten goed bevochtigen, maar afdruipen van de spuitvloeistof voorkomen. Dit betekent bij een volgroeid gewas meestal zo’n tien later water per 100 m².
De aandroogtijd van de middelen schommelt, afhankelijk van het middel,  tussen de 1 en maximaal 6 uur. Het hoeft dus geen hele dag droog te blijven vooraleer een behandeling kan uitgevoerd worden. Een viertal uur is meestal voldoende.

Hou rekening met de wachttijd van het product, meestal twee tot drie weken voor het oogsten. Vooral belangrijk bij de vroege aardappelen. Behandel enkele rijen die je binnenkort wenst te oogsten dan maar niet.

Bespuiting gebeuren bij vochtig, warm weer met bijna dagelijks regen op zijn minst wekelijks. Bij normaal weer, toch op zijn minst drie keer tijdens de junimaand. Daarna zou het ergste achter de rug moeten zijn, behalve bij de late aardappelen, waar we langer door moeten gaan met de bespuitingen.